zoeken totdat het klopt 
 

 

De doordringende geur van drogende olieverf vult de ruimte van zijn atelier. Er staan een stuk of acht schilderijen langs de wanden uitgestald, verschillend van formaat, maar geschilderd met een soortgelijk pallet. Hij werkt veelal aan meerdere werken tegelijk. Zoekend naar de juiste aanpak van een schilderkunstig probleem, stuit hij soms in het enen schilderij op de oplossing voor een ander. Wanneer het schilderen hem te langzaam gaat, werkt hij in monotypes zijn iedeeën uit, die later weer dienen als informatiebron voor het schilderwerk. Hij wikt, weegt, zoekt, schuurt weg en voegt toe, schraapt af en verfijnt, net zo lang tot een doek een voltooide constructie is geworden. Het moment van voltooiing, dat wat een doek tot een afgewerkt geheel maakt, is voor hem een voortdurende afweging. Kan er nog een verfstreek worden toegevoegd, of moet die ophoping van verflagen die de ruimtelijkheid verkleint, daar links van het midden, nog worden weggevaagd met het schuurapparaat?

Lex van Lith praat graag over zijn werk, maar hij geeft geen uitgesproken uitleg over hoe zijn werk gezien dient te worden. Dat laat hij over aan de toeschouwer. Hij is een onderzoeker die steeds weer terugkeert naar het vraagstuk van de ultieme constructie en de inspiratie die het Brabantse landschap hem geeft. Waarbij hij zich wel afvraagt of het landschap hem niet net zo zou hebben geboeid als hij in Frankrijk, Engeland of Noord-Holland was opgegroeid. Tijdens fietstochten maakt hij steeds weer foto’s van het bekende landschap om hem heen. Het gaat hem niet om concrete locaties, maar om de kleur van de mosgrond, de dieptewerking tussen een aantal bomen en de contrasten in de vorm, boven alles de vorm. Op zijn schilderijen krokelen woelige lijnen in een organische structuur met een oneindige diepte. Of deze lijnen terug te voeren zijn op planten, bomen of heidegrond doet er feiteljk niet zoveel toe.

Wie zijn schilderijen louter expressionistisch vindt heeft het bij het verkeerde eind. Van Lith denkt in constructies, gelaagdheid en ruimtelijkheid en gaat zeer zorgvuldig te werk, maakt voortdurend nieuwe afwegingen voordat hij iets toevoegt of weghaalt. Zijn eigen werk hangt nooit thuis aan de muur. omdat hij dan blijft nadenken over de volgende stap en de vraag of die nog genomen moet worden. Hij gelooft niet zo in het afzetten tegen bepaalde schilders of het ondergaan van concrete invloeden, maar herkent soms een soortgelijke zoektocht in het werk van een ander. De zorgvuldige stofuitdrukking in het werk van de Spaanse schilder Zurbaran en het kleurgebruik van El Greco fascineren hem. In schilderijen van iemand als Rubens en, meer nog, Paolo Ucello herkent Van Lith de zoektocht naar een volmaakt constructie. Het opvallende aan deze aanknopingspunten is dat Van Lith zich schijnbaar eerder indentificeert met schilders uit het verleden dan met andere hedendaagse kunstenaars. De schilderkunstige problemen die hij in zijn werk onderzoekt zijn blijkbaar universele vraagstukken. De kern van het werk van Van Lith is niet eenduidig, maar wordt gevormd door een waaier van elementen. De schildertechniek en het hanteren van het materiaal zijn onlosmakelijk verbonden met de gelaagdheid van de constructie, de dieptewerking, de juiste kleurcombinatie en de invloeden van het Brabantse landschap.

tekst Sandra Kisters, gepubliceerd in catalogus “MUST” Museum Jan Cunen, 2002